TAXONOMIE VAN HET GESLACHT

Dracula Luer, Selbyana2:190, 1978

Type: Masdevallia chimaera Rchb.f., Gard. Cluon. 463, 1872. [Dracula chimaera (Rchb.f.) Luer]

De naam Dracula betekent letterlijk kleine draak" maar er wordt vampier mee bedoeld. Graaf Dracula, beschreven door Bram Stoker in een 19de eeuwse novelle is zo'n menselijke vampier. De chimaera is een mythologisch monster met de kop van een leeuw, het lijf van een geit en de staart van een draak.

Syn: Masdevallia sect. Saccilabiatae Rchb.f.,Gard Chron.l23E, 1873.

De naamgving komt van het Latijnse saccilabiatus, wat "zakvormige lip'' betekent, verwijzend naar de holronde lippen van de soorten.
Het geslacht is verdeeld in drie subgroepen, vijf secties en twee subsecties. De grote subsectie Dracula is terwille van de hanteerbaarheid in drie series onderverdeeld.

 

Subgenus Dracula

Type: Dracula chimaera (Rchb.f.) Luer.
Dit subgeslacht omvat omvat alle soorten van het geslacht behalve twee bijzondere soorten. Deze zijn ondergebracht in twee monotypische subgeslachten. Dracula subgenus Dracula is onderverdeeld in vijf secties gebaseerd op variaties aan de petalen en de lip.

 

Subgenus Dracula sectie Andreettaea Luer, Selbyana2:191,1978.

Type: Dracula andreettae (Luer) Luer.
Deze sectie omvat één soort, die wordt gekarakteriseerd door smalle, bijna knotsachtige petalen en een dwarse, bolvormige, grof gerimpelde lip.

 

Subgenus Dracula sectie Chestertonia Luer, Selbyana2:191,1978.

Type: Dracula chestertonii (Rchb.f.) Luer
Deze sectie omvat twee soorten, D. chestertonii en D. cutis-bufonis, die gekarakteriseerd worden door de forse petalen met een knoop of kapje aan het uiteinde, en een dwarse, holronde lip met meerdere aders.

Subgenus Dracula sectie Dodsoniea Luer, Selbyana 2;192,1978.

Type: Dracula dodsonii (Luer) Luer.
Deze sectie omvat vier soorten, D. dodsonii, D. insolita, D, iricolor en D. portillae. Deze soorten worden gekarakteriseerd door een rechtopstaande bloeiwijze. De lip heeft een niet duidelijk gedefinieerd glad, vlak of bolvormig voorste deel zonder aders.

 

Subgenus Dracula sectie Cochliopsia Luer, Orquideologia 13:123, 1979.

Type: Dracula cochliops Luer & Escobar.
Deze sectie omvat één kleine soort, die wordt gekarakteriseerd door de bijna vrije sepalen en de dunne,
knotsvormige petalen. Deze lijken wat op de gesteelde ogen van een slak. De lip lijkt op veel van de andere lippen in de sectie Dracula

 

Subgenus Dracula sectie Dracula

Type: Dracula chimaera (Rchb.f.) Luer.
Deze sectie omvat de rest der soorten van dit subgeslacht. Het is verdeeld in twee subsecties, gebaseerd op de aan of afwezigheid van een geribd, gefranjerd of van lamellen voorzien vruchtbeginsel. De petalen van alle soorten zijn tweekleppig en hebben knobbeltjes tussen de lamellen. De lip varieert in formaat en is onduidelijk tot duidelijk verdeeld in een voorste en achterste deel. Het voorste deel is min of meer voorzien van aders of lamellen.

 

Subgenus Dracula sectie Dracula subsectie Dracula

Type: Dracula chimaera (Rchb.f) Luer.
Deze subsectie wordt gekarakteriseerd door het uiterlijk van het vruchtbeginsel, dit kan glad of wratachtig zijn, en is rond in doorsnede. Deze subsectie is verdeeld in drie series.

 

Subgenus Dracula sectie Dracula subsectie Dracula serie Dracula

Type: Dracula chimaera (Rchb.f.) Luer.
Deze serie omvat de grootbloemige soorten waarvan de sepaalbladen meer dan 2 cm breed of lang zijn. De grote lip is meer dan 8 mm breed.

 

Subgenus Dracula sectie Dracula subsectie Dracula serie Grandiflorae-Pervilabietae

Luer, Icones pleurothallidinarum dl.l0 pag 10, 1993.
De naam is afkomstig van het latijnse grandiflorae-parvilabiatae wat "grootbloemig met smalle lippen" betekent.
Type: Dracula platycrater (Rchb.f,) Luer.
Deze serie omvat de grootbloemige soorten waarvan de sepaalbladen meer dan 2 cm breed of lang zijn. De kleine lip is minder dan 8 mm breed.

 

Subgenus Dracula sectie Dracula subsectie Dracula serie Parviflorae

Luer, Icones Pleurothallidinarum dl.l0. pag.10,1993.
Type: Dracula lotax (Luer) Luer.
De naam is van het Latijnse parviflorae, wat kleinbloemig betekent. Deze serie omvat de kleinbloemige soorten" De sepaalbladen zijn minder dan 2 cm breed of lang.

 

Subgenus Sodiroa

(Luer) Luer, Amer. Orchid So€. Bull.58: 1000, 1989.
Type: Dracula sodiroi (Schltr.) Luer
Dit subgeslacht omvat één soort, die uniek is in het geslacht Dracula. Het wordt gekarakteriseerd door de rechtopstaande bloemstengel, die met meerdere kelkvormige kokerachtige bloemen tegelijk bloeit. De petalen zijn transparant. Het onduidelijk gedefinieerde voorste deel van de lip is ondiep en gerimpeld, het achterste deel van de lip bevat een paar grote lamellen.

 

Subgenus Xenosia

Luer, Amer. Orchid Soc. Bull. 58: 1001, 1989.
Type: Dracula xenos Luer & Escobar, Amer.Orchid Soc.Bull. 58:1001, 1989
Dit subgeslacht omvat één soort die uniek is voor het geslacht Dracula. De soort wordt gekarakteriseerd door de vrije sepalen van de Masdevallia-achtige bloemen. De gepunte petalen hebben een kiel. De lip heeft een onduidelijke overgang tussen het voorste en het achterste deel.